De groene woestijn van Oman
Auteur: Thijs Joosten
/ Fotograaf: Robert van Waarden
-
Vader en zoon pootjebaden in de Arabische Zee bij Salalah in het zuiden van het land.
http://traveler.nationalgeographic.nl/wp-content/uploads/2010/06/20090806_oman_salalah_049def.jpg
-
Een bedoeïen in de Rub al Khali, het Lege Kwartier. Deze woestijn op de grens van Oman en Saoedi-Arabie is beroemd vanwege zijn zandduinen.
http://traveler.nationalgeographic.nl/wp-content/uploads/2010/06/20090806_oman_desert_095def.jpg
-
Kamelenherders maken thee klaar in de woestijn van Jabal Samhan. Wie het zich het kan veroorloven heeft een kudde kamelen. Hoe groter de kudde, hoe groter het aanzien.
http://traveler.nationalgeographic.nl/wp-content/uploads/2010/06/20090805_oman_bedouin_047def.jpg
-
Een inwoner van Salalah, een havenstad in het zuidelijke puntje van Oman, kijkt uit over de ruwe Arabische Zee. De streek Dhofar krijgt ’s zomers het noordelijke staartje van de moesson van Oost-Afrika mee, de khareef.
http://traveler.nationalgeographic.nl/wp-content/uploads/2010/06/20090804_salalah_oman_124def.jpg
-
Verse vangst op de vismarkt in Muscat, de hoofdstad van Oman.
http://traveler.nationalgeographic.nl/wp-content/uploads/2010/06/20090803_muscat_oman_200def.jpg
“Ik had niet verwacht dat ik naar de hitte zou gaan verlangen, maar na een half uur in de donkere soek in de hoofdstad Muscat met zijn echoënde stemmen en vreemde mengeling van geuren heb ik behoefte om naar buiten te gaan. Daar is het nog steeds 45 graden Celsius maar de zon begint onder te gaan en de ergste hitte van de dag lost traag in de woestijnlucht op. Ik wandel naar een pleintje naast de soek en ga zitten op een bankje. Om me heen zie ik bijna alleen mannen, zoals meestal in het Midden-Oosten. Ze wandelen, soms hand in hand volgens gebruik in deze streken, of staan in groepjes te babbelen. Naast me speelt een groepje oudere mannen een bordspel dat ik niet ken.
Na een minuut of vijf beëindigt een van hen zijn spel, staat op en komt naast me zitten. ‘Ik zag je helemaal alleen zitten, dus ik dacht: laat ik hem even gezelschap houden,’ zegt hij vriendelijk. ‘Wil je een glas thee?’ Ik ben eerst een beetje beduusd, maar door de vanzelfsprekendheid van zijn gebaar voel ik me snel op mijn gemak. We kletsen een kwartiertje over Oman, zijn werk in de olie-industrie en over buitenlanders. Wanneer ik aanbied een glas thee te halen, weigert hij. ‘Jij bent onze gast.’”
Niet leverbaar in onze webshop Jaargang: 2010
Editie: 6